U bent hier

Bezuinigingen GGZ niet zonder risico

26 april, 2012

Huisartsen hebben grote zorgen over patiënten die geestelijke hulpverlening nodig hebben. Patiënten komen in de kou te staan door de extra drempel die de toegang tot de GGZ bemoeilijkt. De huisarts kan niet altijd voldoende en de juiste zorg leveren.

Dit blijkt uit een peiling die het NHG afgelopen week heeft gehouden onder huisartsen over de gevolgen die huisartsen ervaren sinds 1 januari een verhoging van de eigen bijdrage voor GGZ is doorgevoerd. De uitzending van het televisieprogramma De Vijfde Dag van 26 april, waarin de uitkomsten van deze peiling zouden worden besproken, is vanwege een live Kamerdebat over de bezuinigingsvoorstellen niet doorgegaan.

Toename van zorg

Van de 414 respondenten merkt 64% een toename in de zorg, van de vragen en de taken van chronisch psychiatrische patiënten. Voor begeleiding van patiënten die psychologische zorg behoeven ziet maar liefst 87% een toename van de zorg.
Ook is gevraagd naar nieuwe voorschriften van psychofarmaca die naar de mening van de huisarts onder verantwoordelijkheid van de psychiater voorgeschreven zouden moeten worden. Bijna de helft van de huisartsen (47%) bemerkt hierin een toename. Wat betreft herhaalvoorschriften geeft tweederde (64%) aan dit meer te zijn gaan doen.
Van de begeleiding van chronisch psychotische patiënten die onder de verantwoordelijkheid van de huisarts komt, spreekt 43% van een toename.
Opvallend is dan ook de uitkomst op de vraag of men een toename verwacht van zorgwekkende zorgmijders die geen begeleiding meer krijgen door de GGZ. Tweederde (65%) heeft hier bevestigend op geantwoord.

Doorverwijzen

Op de vraag ‘Heeft u meer of minder mogelijkheden om volwassenen door te verwijzen’ blijkt met name het doorverwijzen voor behandeling moeilijker te zijn geworden. Meer dan de helft van de huisartsen (58%) heeft hiervoor minder tot veel minder mogelijkheden dan vorig jaar.

Patiënten in behandeling

Vervolgens is gevraagd of de huisarts patiënten in behandeling heeft die in de tweedelijns GGZ behandeld zouden moeten worden, maar daar vanwege een te hoge financiële drempel niet heen kunnen of willen. Ruim driekwart van de respondenten (76%) is deze mening toegedaan. Huisartsen voelen zich vaak onprettig bij de behandeling van deze patiënten: 66% voelt zich wel eens verplicht meer te doen dan waar men zich prettig bij voelt.

Slechte ontwikkeling

Huisartsen vinden het een ongewenste, zorgwekkende, zelfs onverantwoorde situatie en een slechte ontwikkeling, omdat patiënten niet de zorg krijgen die ze nodig hebben met name als het gaat om ernstige psychiatrische problematiek. Het zijn juist de kwetsbare mensen die de geestelijke zorg extra nodig hebben en die haken af of beginnen er niet aan. Zij vallen tussen wal en schip.
Voor de huisarts betekent deze ontwikkeling een spagaat tussen enerzijds de patiënt niet in de kou laten staan en anderzijds te weinig tijd en expertise in huis te hebben om deze patiënten kwalitatief goede zorg te leveren.

Maatschappelijke gevolgen

Ruim 85% van de huisartsen verwacht dat patiënten die psychiatrische of psychologische zorg nodig hebben minder adequate zorg krijgen als van gevolg van de bezuinigingen. Over de maatschappelijke gevolgen -zoals bijvoorbeeld verwaarlozing, agressie, zwerven etc.- maakt 82%  zich zorgen en 72% van de huisartsen verwacht onverantwoorde situaties. Voorbeelden die hierbij genoemd zijn:

  • Chronische zorgmijders die afglijden
  • Ernstige depressies, psychose
  • Verwaarlozing, op straat leven
  • Verslaving
  • Suïcidepoging
  • Gevaar in verkeer
  • Geweld op straat
  • Gezinsproblemen/ huiselijke geweld
  • Kinderen dreigen te ontsporen
  • Neerwaartse (financiële) spiraal
  • Minder toezicht op therapietrouw, meer kans op escalatie
  • Medische consequenties (infecties, wonden)
  • Enorme toename van wachtlijsten
  • Overbelasting hulpverleners en mantelzorgers

Aanleiding voor de vragen uit de pers is het artikel van twee collega's in NRC Handelsblad van Tarcies Carlier en Marcel Slockers. Zij geven aan in de praktijk geconfronteerd te worden met zorg voor chronisch psychotische patiënten, die in de tweede lijn thuishoort.